Terugkerende symbolen in Dalí schilderijen

Gouden tonen en woestijnlandschappen als symbool bij Dalí

Annemarie van Delft Annemarie van Delft
· · 4 min leestijd

Je kijkt naar een schilderij van Dalí. De horizon brandt goud.

Inhoudsopgave
  1. Waarom de woestijn zo belangrijk is voor Dalí
  2. De kracht van goud in Dalí's werk
  3. Woestijn en goud samen: een droom van eeuwigheid
  4. Wat je meeneemt naar Dalí's werk

De zon bakt de grond uit tot een eindeloze, dorre vlakte. Er staat een klok die smelt, of een olifant op spinnenbenen, of gewoon… niets.

En juist dat niets voelt als iets. Dat is Dalí op zijn best. Maar waarom al die gouden kleuren?

Waarom altijd die eindeloze woestijnen? Het is geen toeval. Dalí gebruikt goud en landschap als symbolen, keer op keer op keer. En als je weet waarom, zie je zijn werk met andere ogen.

Waarom de woestijn zo belangrijk is voor Dalí

Dalí groeide op in Catalonië, in het noordoosten van Spanje. De plaats heet Figueres.

Daar vlakbij ligt de vlakte van Empordá. Dat is een halfdor landschap, bijna woestijnachtig, met felle zon en een horizon die nooit eindigt.

Dalí kende dat uitzicht als geen ander. Het was zijn speeltuin, zijn achtertuin, zijn droommachine. Die vlakte keerde terug in tientallen schilderijen. Denk aan De Persistentie van de Herinnering uit 1931, het beroemde schilderij met de smeltende klokken. De achtergrond?

Juist die eindeloze, goudgele kustlijn van zijn jeugd. Of kijk naar De Grote Masturbator uit 1929.

Ook hier: een uitgestrekte, dorre vlakte die het gevoel geeft van eenzaamheid, verlangen en iets onbegrijpelijks. De woestijn staat bij Dalí voor leegte, maar ook voor mogelijkheid. Alles kan er gebeuren. Niets is vast.

Het is een mentale ruimte waar logica niet geldt en dromen de baas zijn. Precies waar de surrealisme om draait.

De kracht van goud in Dalí's werk

Goud is geen gewone kleur bij Dalí. Het is een statement.

Goud betekent bij hem luxe, goddelijkheid, eeuwigheid. Maar ook waanzin en obsessie.

Dalí was gefascineerd door het idee van rijkdom en macht. Hij noemde zichzelf zelfs "het meest dure kunstenaar ter wereld." En hij bedoelde dat letterlijk. In schilderijen als De Sacrament van de Laatste Avondmaal uit 1955 gebruikt Dalí gouden tonen om iets heiligs te suggereren.

Het licht valt alsof het uit een kerkraam komt. De compositie is bijna religieus.

Maar kijk goed: er zit altijd iets onder. Iets onheiligs. Iets dat niet helemaal klopt. Dat is Dalí's truc. Hij neemt iets moois en voegt er iets verontrustends aan toe.

Goud verschijnt ook in zijn latere werk, wanneer Dalí zich steeds meer interesseerde voor wetenschap en atoomfysica.

In De Hallucinogene Toreador uit 1969-1970 zie je gouden stippen en vormen die lijken te zweven. Het zijn atomen, moleculen, de bouwstenen van het universum. Goud wordt dan symbool voor de verborgen structuur van de realiteit.

Woestijn en goud samen: een droom van eeuwigheid

Wat echt werkt bij Dalí is de combinatie. Gouden licht over een kenmerkende lege vlakte.

Het geeft een gevoel van tijdloosheid. Alsof je vastzit in een droom die nooit eindigt.

En dat is precies wat hij wilde bereiken. Dalí noemde zijn methode de "paranoïsch-kritische methode." Hij probeerde zijn eigen waanzin te gebruiken om dingen te zien die anderen niet zagen. De woestijn was zijn canvas.

Het goud was zijn verf. Samen creëerden ze een wereld waar alles mogelijk was.

Dalí en Spanje: de wortels van zijn symboliek

Je ziet dit terug in De Toren van de Vlinders uit 1937, waar een figuur staat in een goudgele, lege ruimte. Of in De Verdwijning van de Neptunusische Nijlpaard uit 1983, een van zijn laatste werken, waar gouden reflecties dansen over een bijna abstracte ondergang. Zonder Spanje geen Dalí. Dat klinkt simpel, maar het is essentieel.

De felle zon, de dorre grond, het gouden licht van de Middellandse Zee: het zit in zijn bloed.

Zijn geboortehuis in Figueres is nu een museum, het Teatro-Museo Dalí. En als je daar staat, begrijp je waarom hij altijd terugkeerde naar dat landschap in zijn schilderijen. De woestijn is geen woestijn in de letterlijke zin.

Het is een gevoel. Een herinnering. Een droom die je niet kwijtraakt. En het goud? Dat is Dalí zelf. Schitterend, opvallend, onmiskenbaar.

Wat je meeneemt naar Dalí's werk

De volgende keer dat je een schilderij van Dalí ziet, kijk dan even naar de achtergrond. Niet alleen naar de smeltende klokken of de vreemde figureen.

Kijk naar het licht. Kijk naar de kleur van de grond. Kijk naar de horizon.

Want daar vertelt Dalí het belangrijkste verhaal. Een verhaal over jeugd, over dromen, over de grens tussen waanzin en genialiteit. Goud en zand. Licht en leegte.

Dat is de kern van Salvador Dalí. En het mooiste? Je hoeft geen kunsthistoricus te zijn om het te vooren.

Je hoeft alleen maar te kijken. Echt kijken. Dan zie je het.


Annemarie van Delft
Annemarie van Delft
Kunsthistoricus gespecialiseerd in surrealisme

Annemarie is expert in het duiden van surrealistische motieven bij Salvador Dalí.

Meer over Terugkerende symbolen in Dalí schilderijen

Bekijk alle 45 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
De smeltende klokken van Dalí: wat betekenen ze echt?
Lees verder →