Dalí leven als sleutel symbooltaal

Hoe speelde Dalí bewust met zijn eigen imago als kunstenaar?

Annemarie van Delft Annemarie van Delft
· · 5 min leestijd

Stel je voor: je wordt beroemd vanwege je surrealistische schilderijen met smeltende klokjes. Maar in plaats van gewoon rustig door te schilderen, besluit je een snor te laten groeien die je overal mee naartoe neemt.

Inhoudsopgave
  1. De vroege jaren: een jongen met een plan
  2. Het grote braakleggen: de snor als wapen
  3. De controverses: ophef als strategie
  4. De latere jaren: de prijs van de show
  5. Wat kunnen we leren van Dalí's imago-strategie?

Je schrijft boeken over je eigen genialiteit, duikt op in reclames voor chocolade en vliegt in een helikopter boven je eigen museum.

Klinkt als een grap? Nou, voor Salvador Dalí was dat gewoon een normale dinsdag. Dalí was geen gewone kunstenaar.

Hij begreep als geen ander dat je imago net zo belangrijk kon zijn als je kunst. Misschien wel belangrijker. Hij bouwde zijn hele leven lang een personage op — en dat deed hij niet per ongeluk.

Het was een vanzelfsprekende, berekende strategie. En het werk zoals geen ander.

De vroege jaren: een jongen met een plan

Dalí werd geboren in 1904 in Figueres, een klein stadje in Catalonië.

Zijn vader was een notaris, streng en conservatief. Zijn moeder moeder was liefdevol en moedigde zijn artistieke talent aan. Toen Dalí amper zes jaar oud was, wilde hij al brandweerman worden.

Kort daarna besloot hij dat hij liever de Franse koning Napoleon wilde zijn. Al op jonge leeftijd had hij dus de drang om op te vallen en de aandacht te trekken.

Toen hij in de kunstacademie in Madrid zat, begon hij zijn excentrieke imago echt te ontwikkelen.

Hij droeg lange haren, een hoed, een cape en een wandelstok — precies zoals hij de schilder Rafaël uit de zestiende eeuw had gezien. Zijn medestudenten vonden hem raar. Maar die verwarde blikken en gefluisterde reacties? Precies wat hij wilde.

In 1929 werd hij uit de academie gezet. Officieel omdat hij weigerde te examen te doen omdat hij vond dat geen van de beoordelaars genoeg wist om hem te beoordelen. Of dat waar is of niet, het maakte niet uit — het verhaal paste perfect bij de persoonlijkheid die hij aan het opbouwen was.

Het grote braakleggen: de snor als wapen

De iconische snor van Dalí kwam pas echt in de jaren 1950. Maar toen hij eenmaal kwam, bleef hij.

Dalí liet zijn snor groeien tot een meter lang en waxte hem omhoog tot twee perfecte punten. Het werd zijn iconische snor als persoonlijk symbool, net zo herkenbaar als de smeltende klokken uit zijn schilderij De volharding van de geheugen uit 1931. Maar hier wordt het echt interessant.

Dalí gebruikte zijn imago actief als marketinginstrument, waarbij hij zijn fascinatie voor geld en roem verweefde in zijn zelfportretten. In de jaren 1960 en 1970 verscheen hij in televisiereclames voor verschillende merken.

Hij promootte Lever Brothers, Datsun-auto's en de Franse chocoladereclame Lanvin. In die reclame staat hij gewoon met zijn enorme snor en kijkt de camera aan alsof het de normaalste zaak ter wereld is. En dat is precies waar het om draait: hij maakte het gewoonlijk bijzonder.

De Franse filmmaker en surrealist Robert Desno schreef in 1966 het boek Dalí de l'Andalou, waarin hij Dalí's imago analyseerde. Desno concludeerde dat Dalí zijn hele leven had ingericht als een soort levend kunstwerk. Elke opmerking, elke actie, elke uitspraak was onderdeel van een groter geheel. Niets was toeval. Alles was performance.

De controverses: ophef als strategie

Dalí wist als geen ander hoe hij ophef kon creëren — en hoe hij daar vervolgens van kon profiteren.

Zijn relatie met de Spaanse dictator Franco leverde hem veel kritiek op. Waar de meeste surrealisten links en progressief waren, sprak Dalí openlijk zijn bewondering uit voor Franco. André Breton, de grondlegger van het surrealisme, was zo woedend dat hij Dalí in 1934 uit de surrealistengroep zette. Maar ook hier speelde Dalí bewust.

Hij noemde zichzelf "paranoïsch-kritisch" en beweerde dat zijn controversiële uitspraken onderdeel waren van zijn artistieke methode. Of dat oprecht was of een slimme smoezen — het maakte voor zijn imago niet uit.

De discussies zorgden ervoor dat iedereen over hem bleef praten. Een ander voorbeeld: de wandteksten die hij schreef voor zijn eigen museum, het Teatre-Museu Dalí in Figueres, geopend in 1974.

Daarin beschreef hij zichzelf in de derde persoon, alsof hij een historisch figuur was. Niet "ik" maar "Dalí deed dit" en "Dalí schilderde dat". Hij creëerde letterlijk een mythe rond zijn eigen leven, terwijl hij er zelf nog bij was om het te regisseren.

De latere jaren: de prijs van de show

In de jaren 1980 ging het bergafwaarts met Dalí. Zijn gezonde verslechterde, zijn vrouw Gala overleed in 1982 en hij raakte steeds meer geïsoleerd. Er verschenen berichten dat Dalí onder druk gezet werd om schilderijen te tekenen die hij niet eens zelf had gemaakt.

Er werden honderden werken in omloop gebracht die mogelijk niet authentiek waren.

Toch bleef Dalí tot het einde toe de show in stand houden. In 1989 overleed hij in Figueres, op 84-jarige leeftijd.

Hij werd begraven in het crypte van zijn eigen museum, letterlijk onder het middelste punt van het gebouw. Het ultieme statement: zelfs in de dood stond hij centraal in zijn eigen verhaal. In 2017 werd zijn lijk opgegraven om DNA te verzamelen voor een vaderschapstest.

De test wees uit dat hij niet de vader was van de vrouw die dat beweerde.

Maar het verhaal zorgde opnieuw voor wereldwijd nieuws over Dalí. Zelfs 28 jaar na zijn dood bleef hij het gesprek van de dag.

Wat kunnen we leren van Dalí's imago-strategie?

Dalí bewees dat een kunstenaar meer kan zijn dan alleen een maker van schilderijen.

Hij was een merk, een entertainer, een mediapersoonlijkheid — lang voordat die termen überhaupt bestonden. Zijn aanpak was radicale: hij verwarde de grens tussen kunst en leven, tussen persoon en personage, tussen oprecht en gezien. Voor wie meer wil weten over hoe Dalí de kunstenaar werd die hij was, zijn er verschillende bronnen die dieper ingaan op dit onderwerp.

Het boek Dalí: The Paintings van Robert Descharnes en Gilles Neret geeft een uitgebreid overzicht van zijn werk en leven. Het Teatre-Museu Dalí in Figueres, beheerd door de Fundació Gala-Salvador Dalí, is nog steeds de plek waar je zijn verhaal in al zijn glans kunt ervaren.

En het boek The Secret Life of Salvador Dalí, dat hijzelf in 1942 schreef, is misschien wel de meest eerlijke en tegelijkertijd meest misleidende autobiografie ooit geschreven door een kunstenaar.

Want dat is precies wat Dalí zo bijzonder maakte: je kon er nooit achterkomen waar de waarheid stopte en de show begint. En misschien was dat wel het hele punt.


Annemarie van Delft
Annemarie van Delft
Kunsthistoricus gespecialiseerd in surrealisme

Annemarie is expert in het duiden van surrealistische motieven bij Salvador Dalí.

Meer over Dalí leven als sleutel symbooltaal

Bekijk alle 30 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe werd Salvador Dalí de kunstenaar die hij was? Zijn vroege leven uitgelegd
Lees verder →